Een les in positief denken

Het volgende verhaal is de samenvatting van een Italiaanse film. De titel ontsnapt me, maar de essentie van de film wil ik graag met jullie delen.

De film speelde zich af na de tweede wereldoorlog in een Italiaans dorp waar de tijd was blijven stilstaan, waar de kerk nog in het midden van het dorp stond en waar heel het leven van de mensen nog draaide rond wat er in de kerk gebeurde. Het is een beeld dat wij kennen, want ook hier heeft de kerk lang het sociale en culturele leven bepaald en was het ʻkerkpleinʼ de plaats van ontmoeting.

Het verhaal ging over een koster die de dienst deed in die kerk. Het was een man die vol toewijding zijn werk verrichtte, in de overtuiging dat het een voorrecht was om dit werk te doen. Behalve de begeleiding aan het orgel, waarin hij bijzonder goed was en zijn gewaardeerde voorzang, was hij voortdurend in de weer om de kerk in de beste conditie te houden. Als de stoelen geplaatst waren en alles piekfijn in orde was, met bloemen van het seizoen, boende hij met liefde al het houten meubilair, de preekstoel, het altaar… Die ernst waarmee hij zijn taak vervulde had hem tot vriend gemaakt met de plaatselijke pastoor die alles zou doen om zoʼn koster te behouden. Maar dat zou moeilijk worden. Al drie keer had hij een brief gekregen van zijn oversten, “dat de kosters voortaan moesten kunnen lezen en schrijven”. En dat was juist het probleem. Zijn koster kon niet lezen noch schrijven. Iedere keer had de pastoor de brief verfrommeld en naar de prullenbak verwezen. Natuurlijk was dit reeds aan bod gekomen in de gesprekken die de pastoor met de koster voerde. Maar de koster had de verzekering gekregen dat hij alles zou doen om te voorkomen dat zijn positie in gevaar zou komen. Tenslotte was er de brief gekomen met het zegel dat de pastoor zo vreesde. Het was onverbiddelijk. Met ingang van de volgende maand mochten nog enkel kosters in dienst zijn die konden leven en schrijven. De pastoor stond te trillen van emotie bij het lezen van de brief. Hoe zou hij het zeggen aan de koster, en hoe zou de koster het opvatten en wie zou de plaats van de koster innemen ? Met tranen in de ogen stapte hij op de kerk af. Hij opende voorzichtig de kerkdeur op een kier en jawel, daar stond de koster net als altijd met volle overgave aan het werk. De pastoor geraakte niet verder… hoe moest hij dit nu zeggen zon- der de koster te kwetsen? De koster had gehoord dat er iemand bij de deur stond, maar had niemand de kerk horen binnenkomen. Daarop draaide hij zich om en zag de pastoor in een kier van het portaal staan. Die manier waarop hij daar stond beloofde niet veel goeds en hij stapte op de pastoor af.

ʻHet is zoverʼ zei de pastoor aarzelend en hij las de brief voor aan de koster.
De koster en de pastoor stonden daar met tranen in de ogen. De koster zijn ogen gleden over het interieur van de hele kerk, over al het houtsnijwerk dat hij aanraakte, en hij kon zich nauwelijks voorstellen dat hij deze omgeving waar hij al die jaren met hart en ziel had gewerkt, zou moeten verlaten. Het kon er nauwelijks in dat deze wereld, waarin hij zo opging en die zijn hele leven uitmaakte, ooit zou kunnen ophouden voor hem. Zijn gezicht werd schemerig van de tranen die in zijn ogen stonden en het was aandoenlijk om die twee mensen daar tegenover elkaar te zien staan, allebei even verslagen.

De pastoor haalde uit zijn pij een beurs met wat geld en zei: ik weet dat dit je niet kan vergoeden, maar vanaf het moment waarop ik de eerste brief kreeg, heb ik al het geld dat ik kon sparen bijeengehouden, omdat ik wist dat dit moment ooit zou komen. Neem het aan, het is niet veel, maar het is alles wat ik heb. Ik weet dat je dit nu zal kunnen gebruiken. De koster nam het aan en bedankte de pastoor.

Toen hij een uur later voor de kerk stond, dacht hij, dat hij het liefst dit moment wou verdrinken, maar er was in het hele dorp geen herberg, noch een winkel waar ook maar iets gekocht kon worden. Ineens drong het tot hem door hoe leeg dit dorp was, als je de kerk achter je laat.

Thuis gekomen legde hij aan zijn vrouw uit dat zijn werk als koster erop zat… Ja, zei zijn vrouw:, “ik heb het je zo dikwijls gezegd. Had je maar leren lezen en schrijven…”

Als het verhaal hier zou eindigen, zou het niets méér zijn dan een verhaal van de miljoenen mensen die om één of andere reden hun baan zijn kwijtgeraakt, en daardoor ontmoedigd raken, soms omdat hun baan hun belangrijkste bestaanszekerheid was. Of omdat het hun middel was tot zelfbevestiging. Voor velen geeft een dergelijk verlies de fatale deuk in het zelfwaardegevoel die ze met moeite te boven komen. Maar als je goed nagaat, krijgt iedereen in zijn leven – vroeg of laat – zoʼn klappen en de vraag is niet zozeer òf we ze krijgen, maar veeleer wat we ermee doen, als we ermee geconfronteerd worden. Eender wat de aanleiding mag zijn voor die strijd : werkverlies, ziekte, problemen in de relaties met mensen, partner, kinderen… is er dat gevecht, waar we versterkt of verzwakt uitkomen. Sommige mensen hebben in dié momenten een les geleerd voor hun leven. Ze hebben van hun zwakte hun sterkte weten te maken.
Er kunnen redenen zijn waarom iemand (tijdelijk) opgeeft, en men kan proberen dit op een ʻmoderneʼmanier op te lossen, met pillen en met drugs… maar de ervaring leert dat dit de mensen van de regen naar de drop leidt.

Wie voor iets heeft moeten strijden weet wat het waard is. Er komt een strijdersmentaliteit, waarbij inzet en durf worden aangescherpt. In welke situatie men ook terecht komt, verlamt men zichzelf niet meer door tegen zichzelf gerichte gedachten, zelfbeschuldiging of zelfminachting. In plaats daarvan gaat men “er het beste van maken”. Zo wordt van toepassing, wat Evenus 19 eeuwen geleden heeft geleerd : “Dat als men niet in staat is van iedere situatie het beste te maken, men nog niet heeft geleerd om te leven, en daarom van voorafaan moet herbeginnen.”

Maar onze koster liet het hier niet bij. De volgende dagen liep onze koster te dwalen in het dorp. “Hier is niets in dit dorp. De mensen moeten naar het eerste stadje als ze zich willen bevoorraden… En ondanks al de toeristen die hier langs komen is hier niets om ze aan te bieden.” Zo ontstond er bij deze man een plan. Hij legde zijn plan voor aan zijn vrouw, maar die lachte hem vierkant uit. ʻMaar man toch, als je niet kan lezen of schrijven, moet je daar zelfs nog niet aan denken. Hoe ga je je rekeningen maken voor je klanten?ʼ Maar het plan was sterker en tenslotte werd de winkel opgestart. De dag kwam voor de feestelijke opening. De winkel zag er voor die tijd piekfijn uit. Je kent dat, een winkel van eind de 50er jaren, met de glimmende potten met de kruiden specerijen en snoepjes… Alles met dezelfde liefde tentoongesteld als indertijd de liefde voor de kerk. Maar de klanten lieten op zich wachten. Tenslotte kwam een kleine jongen langs. Hij wees aan op elke pot hoeveel hij ervan wou. Van deze pot twee, van die pot 100 gram… Alles werd netjes in een groot pak gedaan, maar hoe moest de koster dat nu gaan rekenen? ʻWel beste jongen, neem al die dingen mee naar huis en ge- niet er veel van en geef er aan iedereen van.ʼ De ouders waren verwonderd over de boodschap van hun zoontje. ʻVoor niets, het is niet te geloven. Waarvan moet de koster dan leven?ʼ Het bericht verspreidde zich als een lopend vuur en de winkel werd goed bezocht en was een succes. De zaken gingen zo goed zelfs dat de koster nog een tweede winkel opende en na enkele jaren nog een derde. Tien jaar na de eerste winkel bezocht de man zijn bankier met de vraag voor een financiering van zijn plan voor een superette buiten de stad.

ʻJaʼ, zegt de bankier waarbij hij dagelijks zijn inkomsten bracht en die de groei van zijn zaken had opgevolgd, ʻdat is iets wat buiten mijn bevoegdheid ligt. Daarvoor moet je naar de hoofdbank gaan in de stad. Maar ik zal alles voorbereiden en een financieel verslag opstellen van al uw zaken tot nu toe.ʼ Zo ging de man naar de stad. Hier kwam hij in de hal van dat enorme bankgebouw, waar hij zich zo klein voelde. Een bediende nam het dossier en overhandigde hem een bundel met documenten. ʻOm de onderhandelingen met de directeur te bespoedigen, kunt u ondertussen deze papieren al invullen…ʼ Toen de bediende tien minuten later terugkwam merkte ze dat de documenten niet ingevuld waren. “Maar meneer, hoe is dat mogelijk? Is er iets misschien?” Daarop zei de man : ʻIk moet u eerlijk bekennen dat ik niet kan lezen of schrijven.ʼ ʻMaar hoe is dat mogelijkʼreageerde de bediende. ʻUw zaken gaan zo goed. Uit het verslag van uw lokale bankier blijkt dat u in tien jaar van niets bent uitgegroeid naar een welstellende zakenman… en u kunt niet lezen of schrijven ! Wat zou dat geworden zijn als u wèl had kunnen lezen en schrijven !ʼ Ach, antwoordde de man, dan was ik koster gebleven… en had ik hier nu niet gezeten.

Alles kan veranderen. Een situatie kan uitzichtloos lijken, kan alles hebben om naar de mislukking toe te leven…
Als men zichzelf in de steek laat en de uitzichtloosheid bevestigt, kan dat zo zijn. Maar wie van zwakte een kracht maakt. Wie “er het beste van maakt” en dat dag na dag als zijn motto hanteert, kan zaken ten beste keren.

Leven is een les in het leren loslaten. Ga er niet van uit dat alles wat nù is, altijd zo zal blijven. Alles is in verandering. Niets blijft wat het was. Als jedingen wil vasthouden, berokkent dat je veel verdriet. Loslaten is iets wat we kunnen leren. We moeten de wereld waarin we leven of de mensen waarmee we leven niet vasthouden, want alles gaat voorbij. Vasthouden wat voorbij moet gaan, betekent dat er lijden komt. Mensen lijden veel omdat ze de dingen niet voorbij kunnen laten gaan… Hoe meer we ontspannen en vertrouwensvol leven – in de overtuiging dat er Iemand is die voor ons zorgt, hoe beter onze handen gevuld worden met dagelijkse zegeningen die iedere dag genoeg zijn voor één dag.
uit Goed Nieuws-Brief  – nr 47 – mei 
Het zijn niet zozeer de omstandigheden, maar de manier waarop we met omstandigheden omspringen, die het verschil maken.

Dag Stefaan, Op de website reageren kan ik nog niet door mij visuele handicap. Maar ik wil je graag dit zeggen: Vanmorgen je nieuwsbrief over de koster en zo gelezen. Die raakte bij mij iets. Een paar maanden geleden maakte mijn zoon van vijf en veertig een eind aan zijn leven door van de derde verdieping van zijn flat te springen. Hij was niet op slag dood maar heeft ter nauwernood nog bijna drie maanden geleefd voor hij overleed. De klap was voor ons enorm. En hoe mijn dochter en ik dit gaan doen weet ik nog niet maar vanaf het begin heb ik gezegd dat ik hier transformatie van wilde maken. En er dus iets goeds uit ga laten komen. Makkelijk? Nou nee, iedere dag hetzelfde? Nee maar wel vastberaden met vallen en opstaan. Dank je wel voor dit prachtige verhaal. Met warme groet, CS

Een gedachte over “Een les in positief denken

  1. ineke valk

    Zo is het zeker. Probeer het half volle glas te zien i.p.v. het half lege glas. Dat is mijn motto en ik heb er heel veel aan om positief te blijven ondanks alle moeilijkheden, die er soms plotseling te voorschijn komen.
    Prachtig onder woorden gebracht in het artikel.
    Met vr. gr.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s