Welkom bij Groene Dag

“We zijn ver afgedwaald van onszelf, daarom zijn we het contact met de natuur verloren en ook met de natuurlijke voeding. Daardoor hebben we zoveel vervangende middelen nodig om ons goed te voelen. Maar het is een grote leugen tegen onszelf. Ziekte is dan het signaal om ons duidelijk te maken dat we terug naar die natuurlijkheid moeten en naar onze goede wezenlijke kern in onszelf. Alleen met dit inzicht is verandering mogelijk. Het is daarom zaak om te leren eerlijk luisteren naar de signalen van het lichaam. Dat zal ons altijd in goede richting bewegen en vertelt ons dat we niet verder kunnen zoals we nu bezig zijn. Hoe zou men kunnen zorgen voor anderen als men niet eens voor zichzelf kan zorgen ? Een gezonde zelfzorg is een prioriteit en de oorzaak van het gebrek aan gezonde zelfzorg ligt in een tekort aan respect voor het eigen leven.”

 

Duurzame ontwikkeling

Deze term die in 1987 in het Brundtland-rapport Our common future werd gebruikt, is nu algemeen in gebruik bij allen die bezig zijn met ecologie.

In 1992 publiceerden Meadows c.s. ‘De grenzen voorbij, en wereldwijde catastrofe of een duurzame wereld’. De titel zegt het al: de onderzoekers hebben moeten vaststellen dat’ondanks de verbeterde technologie, het toegenomen bewustzijn en het strengere milieubeleid, de stromen van natuurlijke hulpbronnen en vervuilende stoffen hun duurzame grenzen in veel gevallen hebben overschreden.’ Om een duurzame wereld te realiseren moeten het grondstoffengebruik en de bevolkingsgroei worden bestendigd. Bovendien moeten grondstoffen en energie efficienter worden gebruikt. Zoals in hun publicatie staat hierin het begrip exponentiële groei in een begrensde ruimte centraal.

In ieder geval moet wereldwijd open ruimte worden bewaard, zodat alle levensvormen maximaal worden bewaard en de ecosystemen niet ondergraven worden.

Ragnar Berg, een Deens bioloog die aan de basis ligt van het zuur-basen-concept wees in de vijftiger jaren al op het fenomeen van “verzuring”. Hij schreef: “Vandaag kan de verzuring gemeten worden in het water, in onze meren, in de aarde. Maar deze verzuring is al tientallen jaren eerder aanwijsbaar in de gewijzigde eetgewoonten van het publiek. De verzuring van de natuur volgt de verzuring van de mens op de voet, echter met twintig of dertig jaar vertraging.”

Wij kunnen niet gezonder zijn dan de “omgeving” waarin wij leven, wonen, werken… We moeten al het mogelijke doen om zuinig om te springen met grondstoffen en energie. In de manier waarop wij omgaan met onze leefruimte, geven wij uitdrukking van onze bekommernis over onszelf, onze medemens en de natuur als organiserend element.

Gezond eten is een intelligente keuze die milieuvoordelen oplevert.

Niemand wil zijn of haar kind de erfenis nalaten van een onbewoonbare wereld. Dat angstaanjagend vooruitzicht lijkt niets te maken te hebben met wat iemand eet, maar in werkelijkheid heeft het er alles mee te maken. De ironie is dat de voedingsindustrie in reusachtige mate bijdraagt tot de vervuiling en de verstikking van onze planeet.

De productie, het voeden, fokken, slachten en vervoeren naar de markt van elke dag 16 miljoen dieren (Europa) voor de consumptie is geen kleinigheid.

Het is vastgesteld dat verweg de grootste factor in de aantasting van het milieu de uit de hand gelopen verbranding is van fossiele brandstoffen, die voor 80 procent debet is aan het koolzuurgehalte in de atmosfeer.

We zijn bewust van de enorme hoeveelheid energie die nodig is om onze auto’s te laten rij- den, onze huizen te verwarmen en de goederen te produceren die we kopen. Maar slechts weinigen begrijpen welke enorme hoeveelheid energie nodig is voor de op vlees gebaseerde voeding. Als we dat beschrijven als kolossaal zullen we ons aan een grof understatement schuldig maken. Het is moeilijk om het gebruik van fossiele brandstoffen gepast in verband te brengen met de industrie van dierlijke producten.

Voor de productie van de proteïne die we verkrijgen uit dierlijke producten is minstens 25 maal zoveel energie nodig als een vergelijkbare hoeveelheid proteïne uit graan. Dierlijke producten verbruiken 2.500 procent meer fossiele brandstoffen dan graanpro- ducten. We kunnen onze energiebronnen meten in calorieën. Voor het verkrijgen van slechts één calorie proteïne uit grazend vee (de bron van meer dan 80 procent van het vlees dat in Europa wordt geconsumeerd), moet 78 calorieën fossiele brandstof worden verbruikt. Daarentegen kan één calorie proteïne uit tarwe, maïs of bonen worden geproduceerd met drieëneenhalve calorie fossiele brandstof.

Als je mensen vraagt om een verband te leggen tussen energieverbruik en een ontbijt van eieren met spek, een hamburger voor de lunch of een biefstuk aan het diner, kunnen ze dat verband niet zien. Als iedereen een westers leven zou leiden, zouden we er een paar aardbollen bij moeten hebben.

Een gedachte over “Welkom bij Groene Dag

  1. Lieve

    Proficiat voor dat levenswerk dat U realiseerde !!!!!!
    Duizend maal dank om ons een juist inzicht te geven ,
    naar de kern ,de oorzaak te gaan ?
    Ter voorkoming van heel veel miserie !!!!!
    Dankbare groeten , lieve

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s